DEELNEMEN AAN SHOWS
BEGIN
Als je nog nooit naar een show bent geweest is het verstandig om rustig aan te beginnen. Basisvoorwaarde is natuurlijk dat de hond een rashond is en dat als zijn eigenaar in Nederland woont, de stamboom is ingeschreven bij het Nederlandse Honden Stamboek (NHSB) en dat naam en adres op het eigendomsbewijs overeenstemmen met de werkelijkheid. Is dit niet het geval dan moet je dat eerst regelen bij de Raad van Beheer.
RINGTRAINING
Het voortbrengen in de ring is daarvan natuurlijk een belangrijk onderdeel. Je kunt er in clubverband mee oefenen. Veel regionale verenigingen geven er les in: de zogenaamde ringtraining. Ervaren exposanten oefenen baas en hond met wat ze in de ring moeten doen. De hond moet netjes in snelle pas of draf lopen, moet zich zonder verzet laten bestasten door een vreemde en zijn gebit kunnen laten zien, en moet enige tijd rustig en zich zo voordelig mogelijk tonend in stand blijven staan. De eigenaar moet leren hoe hij de hond hierin kan ondersteunen.
VERZORGING UITERLIJK
Behalve de feitelijke presentatie in de ring is ook de voorbereiding van belang. Ook daarmee moet je als beginner oefenen. Een tentoonstelling is een schoonheidswedstrijd. Dat vereist dat je aandacht besteedt aan het uiterlijk. Wat daarvoor moet gebeuren is per ras heel verschillend. Het ene ras moet in bad, het andere geknipt, het derde heeft een vacht die via trimmen in conditie moet worden gehouden. Maar er zijn ook rassen die er piekfijn uitzien als ze even zijn geborsteld. Kennis hierover kun je opdoen bij de fokker van je hond en via de Rasvereniging.
SHOWEN
Het is aangenaam om niet meteen met het moeilijkste te beginnen. Moeilijk is een grote show als de grootste en oudste Nederlandse show de jaarlijkse Winner in de Rai, met een groot aantal deelnemers en veel bezoekers, in een enorme ruimte. Je debuut kun je beter maken bij een kleinschaliger evenement met een meer relaxte sfeer, zoals de Clubmatch van de Rasvereniging of van een regionale vereniging (Kynologen club).
Over de Clubmatch van je Rasvereniging hoor je via het Clubblad. Regionale clubmatches vind je aangekondigd in de kynologische pers. Allemaal zijn ze ook te vinden op de Agenda activiteiten (RvB). Bij regionale clubmatches ben je altijd welkom ook al woon je niet direct in de buurt.
INSCHRIJVEN
Inschrijving voor een show is vaak online mogelijk via de website van de vereniging, en anders zijn daar inschrijfformulieren op te vragen of te downloaden. Wacht niet tot het laatst; de inschrijving sluit enkele weken voor het evenement.
Bij het inschrijven wordt gevraagd in welke klasse je de hond wilt aanmelden. Daarvoor moet je uitrekenen hoe oud je hond zal zijn op de dag waarop hij wordt uitgebracht. Bij sommigen shows is er een Baby- en/of Puppyklasse, dan kun je er al terecht met een pup vanaf vier respectievelijk zes maanden. Anders is negen maanden de startleeftijd.
Er zijn verschillende leeftijdsklassen en meestal wijst het zich vanzelf in welke klasse de hond thuishoort. Alleen voor jonge honden tussen 15 en 24 maanden is er een keuze. Als je hond nog erg jeugdig oogt, kun het beste de klasse kiezen waarin ook jongere honden mogen.
Vul het aanmeldingsformulier in met de stamboom van je hond erbij, zodat je de juiste gegevens opgeeft. Sla niets over en betaal meteen bij het inschrijven, de organisatie zal je dankbaar zijn.
EEN KEER IS GEEN KEER
Misschien wordt het de eerste keer niet zo een succes, omdat er wat mis gaat bij het voortbrengen of omdat er nog iets aan de voorbereiding blijkt te ontbreken. Het kan ook zijn dat je teleurgesteld bent over het keurrapport dat je hond krijgt. Ga in ieder geval nog eens. Een enkele beoordeling zegt niet genoeg en na de tweede keer weet je al veel beter wat er wordt verwacht. Een jonge hond is bovendien nog volop in ontwikkeling, een paar maanden later kan hij zich al heel anders tonen.
Vind je hond of jij het niet leuk, of haalt hij/zij geen hoge kwalificaties, niet getreurd. Er zijn nog zoveel leuke andere dingen die je met je hond kan ondernemen. Het belangrijkste: je hond blijft toch altijd je eigen persoonlijke kampioen.

KWALIFICATIES OP EEN SHOW
Bron: Raad van Beheer - www.raadvanbeheer.nl
Op een hondententoonstelling worden de honden in de rasring beoordeeld door een keurmeester. Beginners verbazen zich daar wel eens over, want bij andere keuringen en sporten oordelen soms meerdere keurmeesters, soms zelfs een complete jury. Bij een hondenshow echter is het nu eenmaal traditioneel zo geregeld dat per keuring steeds een persoon zijn mening geeft.
KEURRAPPORT
De keurmeester heeft tot taak elke hond individueel te bekijken, te beschrijven en afrondend een kwalificatie toe te kennen. Bij het beschouwen zet de keurmeester de hond die voor hem (of haar) staat in gedachten af tegen het ideaalbeeld van dat ras. Dat ideaalbeeld staat beschreven in de standaard. Wat er in de ring gebeurd is eigenlijk best ingewikkeld. Het inschatten van de mate waarin een hond voldoet aan de standaard is bij uitstek een visuele bezigheid, maar de standaard is in woorden gevat en het keurrapport is ook een beschrijving.
Een keurmeester moet dus niet alleen goed kunnen waarnemen, maar ook nauwkeurig kunnen lezen en formuleren. Nederlandse keurmeesters worden daar goed in getraind. Dat het formuleren van keurrapport tot keurrapport zo makkelijk niet is, merk je wel eens bij keurmeesters uit landen waar men dat gebruikt niet kent. Als ze voor het eerst op een FCI-tentoonstelling ambteren wil hun woordenschat op zeker moment wel eens te kortschieten.
Een verslag moet kort en krachtig zijn. De bijzondere goede punten van de hond, indien aanwezig, moeten er in naar voren komen, maar ook de mindere, als die in de kwalificatie tot uitdrukking zullen komen. De verslagen dienen onderling met elkaar in balans te zijn. De beoordeling van de hond die Beste van het ras zal worden moet belangrijker pluspunten en minder minpunten bevatten dan die van de hond die ongeplaatst de ring uit zal gaan. Dat vergt van de keurmeester dus concentratie en systematiek.
KWALIFICATIE
Elk keurrapport wordt afgesloten met een kwalificatie. De keurmeester heeft op grond van het Kynologisch Reglement vier mogelijkheden: uitmuntend, zeer goed, goed en matig. Of eigenlijk vijf want hij kan ook diskwalificeren.
Honden die niet aan de standaard voldoen of een in de standaard genoemde diskwalificerende fout vertonen, kan de keurmeester de kwalificatie onthouden, oftewel diskwalificeren.
Niets is prettigere dan louter vrolijke gezichten om je heen. De kans daarop neemt voor een keurmeester toe als hij uitsluitend Uitmuntend toekent. Maar daar is hij niet voor. Indien nodig een oordeel uitspreken dat de ontvanger minder welgevallig is, hoort bij deze functie. Dat moet een keurmeester kunnen en durven. Een exposant op zijn beurt moet eventueel minder goed oordeel kunnen aanvaarden.
VERSCHILLEN IN BEOORDELING
Ieder die zijn hond showt weet dat je van tevoren nooit zeker weet hoe je het er in de ring zult afbrengen. Het algemene kwaliteitsniveau van de hond zal door de meeste keurmeesters wel op ongeveer gelijke wijze worden onderkend, dus een en dezelfde hond zal overwegend met een U of overwegend met een ZG worden beoordeeld.
Maar toch zijn uitschieters naar boven of onder altijd mogelijk. Eigenaars van honden die consistent G of M scoren zullen het showen meestal na een paar keer voor gezien houden, maar een keer een G krijgen kan de beste hond weleens overkomen.
Er zijn exposanten die de verschillen in beoordeling niet begrijpen. Een deel van hen "pikt" een minder gunstig oordeel ook niet. Aan dat niet accepteren is weinig te doen. Wie zijn hond uitbrengt doet dat om hem aan het oordeel van de keurmeester te onderwerpen. Dus het i s een ongerijmde en onsportieve reactie als je de keurmeester dan het recht ontzegt zijn mening over je hond te geven. Wie het oordeel van een bepaalde keurmeester niet op prijs stelt, moet simpelweg niet onder hem inschrijven.
Maar wie het oordeel van de keurmeester wel aanvaardt, kan het daar toch weleens moeilijk mee hebben. Want hoe komt het dan dat de mening van keurmeesters onderling kan verschillen?
KEUREN IS SUBJECTIEF
Om te beginnen is de hond zelf vermoedelijk niet elke showdag in topconditie en ook het voortbrengen kan de ene keer beter lukken dan de andere. Verschillen in beoordeling kunnen daar mee van doen hebben.
Maar de keurmeester speelt zeker ook een grote rol. Keuren heeft een objectieve basis: de standaard van het ras. Die geeft aan iedere keurmeester (net als aan iedere fokker) de enige juiste richting aan. Maar de standaard kan op punten voor verschillende uitleg vatbaar zijn. Bovendien is keuren zonder subjectief oordeel niet mogelijk. Geen hond is namelijk volkomen identiek aan de standaard. Dus er moet steeds een afweging worden gemaakt welke er het dichtste bij in de buurt komt en wie daarop volgt, enzovoorts.
De keurmeester heeft per hond enkele minuten om tot een oordeel te komen. Het hangt vd persoonlijke invalshoek, de kennis van en de connectie met het ras waar hij de nadruk op legt en dus hoe zijn opinie en keuze uitvallen. Keurmeesters die voor diverse rassen bevoegd zijn en geen persoonlijke ervaring hebben met het ras, hebben vaak een goed oog voor algemene kynologische aspecten als bouw en gangwerk, of ze zijn extra attent op door de Rasvereniging aangedragen aandachtspunten. Keurmeester die als succesvolle fokker of toegewijde liefhebber van het ras vanuit eigen ervaring kennen - rasspecialisten noemen we hen- leggen het accent op rasspecifieke details waar zij alert op zijn.
SPECIALIST
Je hebt als exposant een grotere kans een "algemeen" georiënteerde keurmeester tegen te komen dan een rasspecialist. Als je de fijne van je ras wilt doorgronden doe je er goed aan elke kans aan te grijpen om onder een rasspecialist in te schrijven. Al kan dat ook heel confronterend zijn. Want rasspecialisten zijn bij uitstek deskundig en kritisch over ontwikkeling in de fokkerij. Zij schromen niet om trends te pareren die naar hun idee tegen de standaard ingaan en dus het ras schaden. Dat komt in hun keuring tot uitdrukking.
Zo kan het gebeuren dat de hond die bij algemene keurmeesters al vele malen in de hoogste regionen eindigde vanwege een perfecte presentatie en een oogverblindend gangwerk, door een rasspecialist naar de zijlijn wordt gedirigeerd. Bijvoorbeeld omdat het gangwerk weliswaar spectaculair, maar daardoor niet functioneel is voor de originele werkfunctie van het ras. Of omdat de oogstrelende manier van toiletteren in feite verhult dat een wezenlijk raskenmerk ontbreekt.
Een rasspecialist zal zijn keuring benutten om de honden die "het" nog helemaal met U te waarderen; de andere krijgen een ZG omdat ze - zoals de omschrijving zegt, wel aan de standaard voldoen maar een onvolkomenheid hebben die het rasbeeld verstoort.

KLASSE INDELINGEN
Bron: Raad van Beheer - www.raadvanbeheer.nl (Geldig vanaf 1 januari 2011)
De individuele Klassen van deelneming worden als volgt gedefinieerd, waarbij geldt dat voor de bepaling van de leeftijd de datum waarop de hond wordt geshowd, beslissend is:
De Collectieve Klassen van deelneming worden als volgt gedefinieerd:

LET OP
Voor meer informatie: zie www. Raadvanbeheer.nl
Bron: Raad van Beheer - www.raadvanbeheer.nl